
Het is me al vaker overkomen. Wanneer ik stukken doorneem, die me als lid van de commissie Maatschappelijke Zaken door het college zijn gestuurd, bijvoorbeeld het ‘Beleidskader Vrijwilligerswerk 2011-2014’ voel ik me ineens weer terug in mijn middelbare schooldagen van lang geleden. Tijdens het bespreken van literatuur, onderdeel van de lessen Nederlands, kwam destijds steevast de vraag voorbij: “wat heeft de auteur bedoelt met...?” waarna dan een ingewikkelde formulering volgde. Tijdens die lessen Nederlands lukte het me vaak om die literaire zinsneden begrijpelijk te maken. Dat lukte me met het nu te bespreken document niet.
Ik snap niks van een frase als ‘verplicht vrijwilligerswerk’ (p.10), ik begrijp niet wat voor een doel het ‘aansluiten bij voornemens die veelal nog in uitvoering zijn’ (p.3) is, en van taalconstructies als ‘het invullen van de doelstelling door de participaties aan een traject’ kan ik geen soep koken . Maar goed, laat ik niet zo flauw zijn verder op taalfouten, kromtaal en verhullende complexiteiten in te gaan.
Hoofdstuk 3, waarin volgens de inleiding (p.3) de in 2008 geformuleerde uitgangspunten worden uitgewerkt, begint met een verwijzing naar bijlage 1. Daarin staan de - niet ter discussie staande - geldende beleidsvoornemens opgesomd. Wellicht biedt dat lijstje wat houvast.
Zes punten telt bijlage 1, die met zowel ‘actieplan’ als ‘beleidsvoornemen’ wordt betiteld. In punt één staat het voornemen om verenigingen een workshop en een cursus aan te bieden, maar het traject ‘Verzilver je club’ wordt niet opgestart. De strekking van punt 2 is ‘Verzilver je club’ wordt toch opgestart. Punt 3 gaat over het aanbieden van een beleidsplan, punt 4 is een mededeling, punt 5 gaat over het opstellen van nog een beleidsplan en het laatste punt gaat over iets evalueren. Deze opsomming is geen sterke formulering van beleid, en het is al helemaal geen actieplan.
Terug naar hoofdstuk 3, dat, zo belooft de inleiding, de zaken nader uitwerkt.
Paragraaf 3.1 (WMO) is nauwelijks een nadere uitwerking. Het bevat slechts de mededeling dat er in 2011 iets zal worden onderzocht.
De paragraaf (3.2) over de mantelzorg bevat weer geen nadere uitwerking maar slechts belofte voor een nieuw beleidsplan.
Over de Streekzorg Westelijke Mijnstreek (3.3) valt niks nieuws te melden, dat loopt klaarblijkelijk allemaal al.
De paragraaf over de Maatschappelijke Stage is overbodig, want dat gaat niet over vrijwilligerswerk en er zijn klaarblijkelijk geen verdere acties nodig.
Het deel over het Steunpunt Vrijwilligerswerk heeft een ronduit zwakke start, namelijk de uitleg dat men ‘de ondersteuning van het vrijwilligerswerk op een hoger plan wil tillen door de kwaliteit te verbeteren’ (dat is net zo’n open deur als zeggen harder te willen gaan rijden door de snelheid te verhogen), maar wordt allengs wat concreter. Waar er momenteel alleen op woensdagen van 14u tot 16u een spreekuur is, moet er in 2012 een dagelijks bereikbaar steunpunt in bijvoorbeeld een bibliotheek zijn. Hulde! Daar kunnen we het college ten minste op aan spreken. Bovendien, en wat een lovenswaardig streven, moet het Steunpunt met andere partijen gaan samenwerken.
Aan promotie van vrijwilligerswerk wordt ook nog tekst gewijd. Het concrete lichtpuntje van de vorige paragraaf dooft rap, want het wordt niet concreter dan een mogelijke website, met een mogelijk discussieforum, een poging tot verandering van het Vrijwilligersfeest, het toedichten van een rol aan de LOS en de verwachting dat het Steunpunt met initiatieven en voorstellen komt.
Het prachtige, in hoofdstuk 4 geuite, voornemen om te dereguleren en bij die deregulering de belangen van vrijwilligers in acht te nemen, verheugt mij. Voor de tweede keer hulde! Maar daar zal het bij blijven. Dit hoofdstuk staat ook weer bol van vage overwegingen, zachte voornemens, en een ballonnetje over de inzet van vrijwilligers bij bedrijven. De zinsnede ‘onderzocht moet worden […] binnen welke regeling ambtenaren vrijwilligerswerk mogen doen’ stemt mij bijna wanhopig. Ik hoef, hoop ik, niet uit te leggen waarom.
Tenslotte. Hoewel er nauwelijks concrete acties en plannen zijn beschreven, weet het college wel tot op de Euro nauwkeurig te berekenen wat het allemaal gaat kosten. 193.486 euro.
Dertig jaar geleden, in mijn Engelse les heette dat: ‘Much ado about nothing’. In het lesuur daarna, Nederlands: ‘Veel geschreeuw en weinig wol’. Het college heeft niets te melden: geen visie, geen plannen, geen vooruitgang, maar kan daar 16 pagina’s mee vullen.
Op de vraag: “Gaat de wethouder de uitdaging aan en zal ze ervoor zorgen dat dit stuk wordt vertaald in een begrijpelijke tekst die past op 2 A4-tjes, met daarop een heldere visie, alleen maar meetbare doelen en graag ook gekwantificeerde inspanningen die daarbij horen?” kwam geen antwoord.
Dus heeft de Commissie MZ unaniem besloten het stuk terug te sturen naar het college, en het niet in de volgende raadsvergadering te behandelen. Het college heeft een dikke onvoldoende. Overdoen!
Wouter Heinen, D66 Stein

0 reacties:
Een reactie plaatsen