
Bijdrage van D66 aan de Algemene beschouwingen bij de begrotingsbehandeling 2011 van de gemeente Stein.
Sinds maart 2010 maakt D66 weer deel uit van de gemeenteraad van Stein. Na een afwezigheid van 4 jaar is het dan boeiend om waar te nemen waar Stein inmiddels staat en hoe bestuurlijk met onze stad en met het belang van haar inwoners wordt omgegaan.
En dat levert in de optiek van D66 een beeld op waarmee we zeker niet altijd gelukkig zijn. Natuurlijk; aan ieder (politiek) oordeel ligt een verwachting ten grondslag en die kan soms heel verschillend zijn. Voor politieke partijen is het wezenlijk om die verwachtingen met elkaar te communiceren en te delen. Daarbij maakt het niet uit of het lokale partijen of landelijke partijen betreft. Daarom wil D66 Stein als politieke partij hier eerst haar eigen verwachting verduidelijken alvorens het collegebeleid daaraan te toetsen.
Hoe kijkt D66 naar Stein?
Uitgangspunt voor D66 is dat Stein een gemeente is die is opgebouwd uit meerder kernen en waar wonen en leven centraal staan voor inwoners die veelal elders werkzaam zijn. Een gemeente waar in beperkte mate grootschalige industriële activiteit aanwezig is.
Stein ligt daarbij centraal in een gebied waarin op relatief korte afstand een gevarieerd aanbod aan grootstedelijke voorzieningen in ruime mate beschikbaar is.
In dit beeld past het naar de opvatting van D66 dat Stein een aantrekkelijke, groene en veilige woon- en leefgemeenschap wil zijn die zich onderscheidt van haar omgeving. Een gemeenschap waar eenheid in verscheidenheid samengaat met een hoogwaardig woon- en leefklimaat, met kleinschalige en veelal aan de kernen gerelateerde culturele voorzieningen en in combinatie met aan de regio gerelateerd (ambachtelijk) ondernemerschap.
Als ik tegen die achtergrond moet schetsen wat op dit moment de belangrijkste en in mijn ogen dus ook meest richtinggevende thema’s in het beleid zouden moeten zijn kom ik tot het volgende:
• Stein heeft net als veel andere Limburgse gemeenten in sterke te maken met de problematiek van de vergrijzing en ontgroening. Jongeren vertrekken en komen niet meer terug omdat we ze niet datgene kunnen bieden waarnaar ze op zoek zijn. Het resultaat is dat het aantal senioren in onze gemeente relatief stijgt. Dat is enerzijds een probleem maar dat biedt ook kansen en dat vraagt in ieder geval om gericht beleid, zeker nu zorgstructuren onder druk komen te staan.
D66 vraagt daarbij speciaal aandacht voor de snel groeiende doelgroep van oudere echtparen waarvan één partner zwaar hulpbehoevend is. Gericht woningbouwbeleid en zorgbeleid kan, in een ontwikkeling waarin de huisvestingscomponent bij zorgpatiënten naar verwachting op korte termijn uit de AWBZ zal worden gehaald, voorkomen dat deze echtparen om die reden tegen hun wens uit elkaar moeten worden gehaald en kan daarmee de kwaliteit van leven aanzienlijk verbeteren.
• Ook Stein heeft te maken met krimp van de bevolking. Dit heeft ingrijpende gevolgen voor bijvoorbeeld het onderwijs en de huisvesting van onze inwoners. De huisvestingsbehoefte verandert hierdoor naar aard en omvang. Kwaliteit van onderwijs komt hierdoor op gespannen voet te staan met spreidingsbeleid van onderwijsvoorzieningen binnen de gemeentegrenzen. Schoolbesturen zijn al langer bovenlokaal actief en maken daarbij afwegingen die de gemeentegrenzen overstijgen.
• Stein is een gemeente, opgebouwd uit een aantal kernen. Terecht wordt geprobeerd en geïnvesteerd om de identiteit en de leefbaarheid van die kernen overeind te houden. Of dat echter er toe moet leiden dat alle voorzieningen in alle kernen overeind moeten worden gehouden is zeer de vraag en gaat naar mijn overtuiging voor bij aan wat feitelijk de basis is van die eigen identiteit. Die ligt naar de mening van D66 veel meer in culturele aspecten en in het verenigingsleven van de kernen van Stein.
• Stein is na de winkelbrand op zoek naar een nieuw centrum en een nieuwe identiteit van dat centrum. Het neerzetten van gebouwen is daarbij slechts een stukje van de oplossing van dit probleem. Stein wil zich onderscheiden van haar omgeving met een hoogwaardig en gelijktijdig samenhangend winkelaanbod. Dat vraagt om een proactieve aanpak waarbij gemeentebestuur en lokale ondernemers in een vroeg stadium samen op zoek moeten gaan naar nieuwe kansen.
• Stein wordt gekenmerkt door een bestuurscultuur die vooral naar binnen is gekeerd en die in sterke mate wordt bepaald door het verleden. Kleine conflicten en persoonlijke frustraties houden ons gevangen en verhinderen dat de bestuurlijke blik naar buiten wordt gericht, hoe noodzakelijk ook. Het aantal voormalig wethouders dat zitting heeft in de Raad is net zo groot als het aantal zittende wethouders in het college en dat zijn er heel wat. Deels is dat bepalend voor de gang van zaken en de sfeer in de Raad. Dat heeft overigens ook financiële consequenties en ook daar kom ik nog op terug.
• Recent heeft Stein opnieuw een forse rekening mogen betalen voor het gebrek aan loyaliteit, aan gezamenlijke doelen en aan collectieve verantwoordelijkheid in de gemeentelijke organisatie. Een van onze raadsleden, tevens voormalig wethouder, gaat daarbij de ambtenaren voor in het lekken van vertrouwelijke informatie en vult zo zijn voorbeeldrol in.
Hier ligt een diepgeworteld probleem en dat gegeven vraagt nadrukkelijk om bezinning. Recent heeft D66 het college gevraagd hoe men denkt hiermee om te willen gaan. Wij zouden nu graag een antwoord hierop krijgen
• Stein zal in de komende jaren een aanzienlijk financieel probleem moeten oplossen. Hoewel nu duidelijk begint te worden dat de voorgenomen drastische korting op het gemeentefonds in die vorm geen doorgang zal vinden mag er desondanks van worden uitgegaan dat de bezuinig van 18 miljard die deze regering wil doorvoeren ook Stein zal treffen in een omvang die ons zal dwingen om pijnlijke keuzes te maken.
• Stein zal een aantal problemen niet alleen maar uitsluitend in samenwerking met de andere gemeenten in de regio kunnen oplossen. Dat vraagt om een beleid en een insteek die er op gericht is om die problemen ook daadwerkelijk samen aan te willen pakken en daarbij het besef te tonen dat sommige gemeente daarin een grotere bijdrage kunnen leveren dan anderen en dat dat gegeven zichtbaar zou mogen zijn in de materiële bijdrage die we daaraan leveren.
Als ik vanuit die optiek kijk naar het huidige college en het ambitieniveau dat door dit college wordt geëtaleerd dan baart me dat grote zorgen. We zijn ondertussen met deze Raad acht maanden op weg en ik neem ternauwernood activiteit waar die er op is gericht om deze problemen echt aan te pakken, laat staan dat er al oplossing in beeld zijn. Het visietraject dat het uitgangspunt zou moeten zijn voor het bestuurlijk handelen van college en Raad begint nu met een interviewronde langs een aantal raadsleden. Op zich prima maar het zou het college niet hebben misstaan als ze eerst zelf met een visie was gekomen en daarmee niet een half jaar had gewacht. Als je wilt en denkt dat je kunt regeren moet je ook daarin het voortouw willen nemen. Maar tot op dit moment is zelfs het coalitieakkoord nog niet eens doorgerekend op het realiteitsgehalte daarvan. En ook het bezuinigingstraject heeft meteen na de eerste oriënterende bijeenkomst al behoorlijk vertraging opgelopen. Het ware toch wel zeer wenselijk geweest als we nu over de hoofdlijnen van dat beleid hadden kunnen beschikken. Dat had mogelijk ook een stuk wantrouwen vooraf in de Raad kunnen wegnemen. Maar er ligt zelfs nog geen kadernota en dat schetst in mijn ogen het onvermogen van dit college om te anticiperen op de ontwikkelingen die ik hiervoor heb geschetst.
Het doe-gehalte van dit college is redelijk ontwikkeld maar de scoop op de echte prioriteiten ontbreekt, laat staan dat er ook nog naar die prioriteiten wordt gehandeld. Het gaat niet alleen om de vraag of we de dingen goed doen, maar vooral of we de goede dingen doen. Het beeld dat ontstaat, is een beeld van onmacht, van afwachten en van gezapigheid en dat is nu wat we juist niet nodig hebben. Onzekerheid en een kennelijk gebrek ambitie leiden op dit moment in Stein tot verlamming en daardoor verliezen we kostbare tijd en missen we kansen.
Het omvormen van bedreigingen naar kansen, de uitdaging van ieder (gemeente)bestuur, is in Stein niet aan de orde.
De vraag is opgeworpen hoe we tegen deze begroting en besluiten met betrekking tot deze begroting moeten aankijken in het licht van de komende bezuinigingsexercitie. D66 wil daarover het volgende zeggen.
Een college dat nu probeert om haar politieke voorkeuren nu nog even snel te regelen en dicht te timmeren voordat de bezuinigingsdiscussie losbarst, loopt een serieus risico om zichzelf daarmee in de voet te schieten. Voor D66 zullen alle thema’s die in deze begroting zijn opgenomen opnieuw ter discussie staan als we met elkaar over de bezuinigingen gaan praten. Voor mij is niets daarvan uitgezonderd en dat wil ik graag nu al nadrukkelijk melden.
In het vervolg wil ik nog ingaan op een aantal meer specifieke thema’s.
Het Steinerbos en het daarin gelegen zwembad is al jarenlang een enorm financieel blok aan ons been. Tot nu toe hebben gemeentebesturen het niet aangedurfd om daarvoor een echte oplossing te kiezen en nu de financiële situatie van Stein nijpend wordt krijgen we ook daarvoor de rekening gepresenteerd. Op dit moment hebben we te maken met een structureel, dus jaarlijks terugkerend, tekort van 1,5 miljoen en in 2011 krijgen we daarbovenop ook nog eens te maken met een incidenteel tekort van € 575.000 in verband met sloop en vervroegde afschrijving van het huidige zwembad. Dat zijn kosten die wel gemaakt moeten worden en die niet uit de lopende exploitatie kunnen worden gedekt
Laat ik voorop stellen dat ook D66 ervan overtuigd is dat we het huidige zwembad zo spoedig mogelijk moeten sluiten, afbreken en vervangen. Doorgaan met het exploiteren van het huidige zwembad is naar onze overtuiging niet langer verantwoord en zal zich snel tegen ons keren. Maar naar de toekomst heeft D66 steeds een duidelijk financieel kader voor ogen gehad. D66 was en is van mening dat het Steinerbos met uitzondering van de exploitatie van het zwembad zichzelf financieel volledig moet kunnen bedruipen. En voor de exploitatie van een zwembad willen we maximaal € 400.000 op jaarbasis beschikbaar stellen.
Naar de overtuiging van D66 kunnen we ons hoofd niet langer in het zand steken. Het is niet langer verantwoord om op deze wijze met het Steinerbos door te gaan; dat zal Stein zonder twijfel financieel in korte tijd ten gronde richten. We moeten daarom nu daadwerkelijk kiezen voor een fundamentele herbezinning op het Steinerbos als kostenpost voor onze gemeente. Een motie van die strekking zal door D66 tijdens deze Algemene Beschouwingen worden ingediend.
In ieder geval zal D66 om die reden dan ook niet akkoord gaan met hetgeen terzake van het Steinerbos in de begroting is opgenomen.
Het centrumplan dat door het college is voorgelegd biedt op zich goede perspectieven voor de positionering van Stein in de regio. Het college heeft daarbij aangegeven dat ze wil dat Stein zich onderscheidt in de regio en dat we ook aantrekkelijk zijn voor inwoners van België. Dat is een mooi voornemen en dat ondersteunt D66 van harte.
Echter, dat vraagt dan wel om een aanpak waarbij we kansen creëren en benutten. En daar valt het college in mijn ogen helemaal stil. Als we een onderscheidend en samenhangend winkelaanbod in Stein willen binnenhalen zullen we daaraan moeten werken en zullen we de huidige ondernemers in Stein daarbij moeten betrekken en mede verantwoordelijk moeten maken. En dat vraagt om een proactieve benadering die ik op dit moment niet waarneem. Ik nodig het college dan ook graag uit om aan te geven hoe ze denkt hiermee om te gaan.
Ook maakt D66 zich ernstig zorgen over de voortgang in de verbouwing en uitbreiding van het Maaslandcentrum. Volgens het college zou in oktober al de eerste schop in de grond hebben moeten gaan. De praktijk is echter dat er nog geen enkel overleg is geweest met de gebruikers van het Maaslandcentrum, dat er allerlei Indianenverhalen de ronde doen over de gevolgen van de verbouwing voor de verenigingen die van het Maaslandcentrum gebruik maken en dat ook de exploitatie nog niet is geregeld. Er is sprake van chaos alom en er zijn twijfels of het college dit proces wel echt in de hand heeft.
D66 zal in een motie het college op dit onderdeel om toezeggingen vragen.
Het college geeft aan voornemens te zijn om de OZB te verhogen met 6%. Dat is aanzienlijk. D66 heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat het college allereerst kritisch zou moeten kijken naar haar eigen beleid en ruimte zou moeten zoeken om de noodzakelijke bezuinigingen op die manier te realiseren. Lastenverzwaring voor de inwoners van Stein zou in onze ogen het laatste redmiddel moeten zijn in een bezuinigingsoperatie.
D66 zal dan ook niet instemmen met de voorgestelde verhoging van de OZB zolang het resultaat van de bezuinigingsdiscussie nog niet bekend is.
Stein kent, zoals eerder opgemerkt, op dit moment net zo veel wethouders in de raad als dat we wethouders in het college hebben zitten, en dat zijn er veel. Daarin heeft Stein in de regio een imago opgebouwd dat niet in alle opzichten positief is en dat ons nu ook nog eens financieel behoorlijk gaat opbreken. Wat ontbreekt, is een beleid dat er op is gericht om de verplichtingen voor wachtgelden van ex-wethouders versneld af te bouwen.
Wil het college aangeven of ze dit ook als een probleem ervaart en hoe ze in dat geval hiermee denkt om te gaan.
Het financieel beleid van de gemeente Stein is ook voor D66 een punt van aandacht en van zorg. In de acht maanden dat D66 weer deel uitmaakt van deze Raad hebben we al diverse malen kunnen waarnemen dat het college grijpt naar de algemene reserve als dat zo uitkomt. Enerzijds wordt de raad, en terecht, op haar verantwoordelijkheid gewezen om de noodzakelijke dekking aan te geven als om extra middelen wordt gevraagd, zoals bij de aanpassing van het onderhoud van het gemeentelijk groen. Maar als het college zelf aan de beurt is wordt zonder enige gêne de algemene reserve aangesproken zoals in het geval van de Mergelakker en van de woningbouwvereniging. Dat tast de geloofwaardigheid van het college ernstig aan en dat heeft zijn weerslag op de houding van de raad die zich ook niet langer verantwoordelijk voelt om nog dekking te zoeken bij voorstellen voor begrotingswijzigingen.
D66 onderschrijft de kritiek die in dit verband ook door andere fracties in de raad naar voren is gebracht en dringt er op aan hierover raadsbreed helder afspraken te maken
In de afgelopen jaren zijn we opgeschrikt door het gegeven dat diverse overheden hun reserves hadden uitgezet op een risicovolle wijze (IJsland) die achteraf tot grote verliezen aanleiding heeft gegeven. D66 gaat er van uit dat Stein niet bij deze categorie hoort en ik hoor graag de bevestiging daarvan van het college.
Blijft echter de vraag in hoeverre de wijze waarop de Essentgelden nu zijn uitgezet leidt tot een volledige compensatie van het dividend dat we voordien ontvingen. Kan het college aangeven of die compensatie volledig is?
De rekenkamercommissie heeft de Raad een waardevol model voorgehouden bij het ontwikkelen en vormgeven van beleid. Dit model dwingt ons om een aantal kritische vragen te stellen en te beantwoorden alvorens te besluiten over voorstellen van het college. In dit model worden we onder meer gedwongen om meetbare doelen te stellen en daarbij een heldere tijdsplanning aan te brengen. In de afgelopen periode zijn ons diverse malen voorstellen voorgelegd die hierin in alle opzichten tekort schoten. Een schrijnend voorbeeld daarvan is de nota “Sport en bewegen” waarbij de wethouder verklaarde bewust geen meetbare doelen te hebben opgenomen omdat “je daar wel eens aan gehouden zou kunnen worden”. Dit mag naar de mening van de D66-fractie absoluut niet meer voorkomen
D66 dringt er bij het college op aan om dit model met zorg te hanteren bij het presenteren van voorstellen aan de Raad.
Tot slot wil ik hier op dit moment mijn dank uitspreken naar al diegenen die dit jaar met volle inzet hebben bijgedragen aan het functioneren van de gemeentelijke organisatie en daarmee aan de toekomst van Stein.
In dat kader wil ik ook mijn waardering naar voren brengen voor de wijze waarop deze materie is gepresenteerd. Helder en overzichtelijk. Daar ligt het absoluut niet aan. Mijn compliment daarvoor.
Frans van der Avert, raadslid en fractievoorzitter D66 Stein.
Wij kennen de vergissing om niets te doen uit eigen ervaring.
(Michael Gorbatsjov 1987)

0 reacties:
Een reactie plaatsen